Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de derde alinea.
1.Tijdens het bungeejumpen nam François-Marie Dibon regelmatig pauze om iets te eten.
2.Na elke sprong werd François-Marie Dibon door zijn teamgenoten terug de brug op geholpen.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
