Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de vierde alinea.
1.De vader van Aude, Hubert de Commarque, heeft het kasteel van zijn voorouders nieuw leven ingeblazen.
2.Aude de Commarque zet samen met haar broer het archeologisch onderzoek rondom het kasteel voort.
3.Aude de Commarque en haar broer willen op het terrein van het kasteel een groot park laten aanleggen.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
