Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de laatste twee alinea's.
1.De wandelroutes GR en PR hebben dezelfde lengte.
2.De helft van de wandelaars loopt de GR over Corsica niet uit.
3.Vrijwilligers zorgen voor het jaarlijks onderhoud van de wandelroutes.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
