Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de vijfde alinea.
1.Minke en Peter geven gratis zuivelproducten aan de voedselbank van Rotterdam.
2.Minke en Peter ontvangen van Feyenoord Rotterdam gras voor hun koeien.
3.De urine van de koeien van Minke en Peter wordt gezuiverd tot drinkwater voor de koeien.
4.Voor hun boerderij maken Minke en Peter gebruik van zonne-energie.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
