Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de derde alinea.
1.De meeste mannen hebben weinig vertrouwen in Julien Common als verloskundige.
2.Stelletjes moeten lachen als Julien Common zich aan hen voorstelt als vroedvrouw.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
