Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de laatste alinea.
1.Sabera traint twee tot vier uur per dag.
2.Het beeld dat men in het buitenland van Afghanistan heeft is negatief.
3.Het Afghaanse vrouwenvoetbalteam speelt ook in het buitenland.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
