Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de eerste twee alinea's.
1.Toeristen hebben bij Fransen eerder het beeld van stokbrood voor ogen dan dat van de béret.
2.De eerste geschriften waarin wordt gesproken over de béret dateren uit de tijd van Napoleon III.
3.Tegenwoordig wordt de béret vooral door bewoners van het platteland gedragen.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.



