Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tweede alinea.
1.Franse jongeren lezen liever sciencefiction dan klassiekers.
2.Meisjes besteden per week evenveel tijd aan lezen als jongens.
3.Kinderen worden in hun leesgedrag door hun ouders beïnvloed.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
