Wanneer gebruik je de present perfect?
De present perfect is een tijdsvorm in het Engels die dient als een brug tussen het verleden en het heden.In de Nederlandse taal staat deze tijd ook bekend als de voltooid tegenwoordige tijd. De present perfect kan je op twee manieren gebruiken:
1.Wanneer iets in het verleden begonnen is en in het heden nog steeds doorgaat. Bijvoorbeeld: "She has lived in Utrecht since 2010."
2.Voor acties die in het verleden zijn begonnen, en nu nog invloed hebben. Bijvoorbeeld: "I have lost my keys."
Tip: Let op voor signaalwoorden zoals already, since, for, ever en never die vaak in zinnen met de present perfect voorkomen.
De structuur van de present perfect
Deze tijdsvorm volgt een simpel patroon: have/has + voltooid deelwoord van het werkwoord. Er zijn twee manieren om een voltooid deelwoord te maken:
1.Regelmatige werkwoorden: werkwoord + ed
2.Onregelmatige werkwoorden: Deze volgen geen vaste regel en hun voltooide deelwoorden moeten uit het hoofd geleerd worden. Voorbeelden zijn "buy" (bought) en "steal" (stolen).
Bevestigende zin
•Onderwerp + have/has + voltooid deelwoord
Bijvoorbeeld:
•"I have walked to school every morning."
Voor 'he', 'she', 'it':
•Onderwerp + has + voltooid deelwoord
Bijvoorbeeld:
•"She has walked to school every morning."
Ontkennende zin
•Onderwerp + have not/has not + voltooid deelwoord
Bijvoorbeeld:
•"I have not walked to school every morning."
Voor 'he', 'she', 'it':
•Onderwerp + has not + voltooid deelwoord
Bijvoorbeeld:
•"He has not biked to school every morning."
Vraagzin
Voor vraagzinnen wissel je 'have' of 'has' en het onderwerp van plaats:

