Welke van de volgende zinnen is in de present perfect continuous?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat de present perfect continuous is.
•Je kunt uitleggen wat de past perfect continuous is.
•Je kunt de present en past perfect continuous toepassen.
Present Perfect Continuous
De present perfect continuous is een combinatie van twee tijdsvormen:
Present perfect (have/has + voltooid deelwoord): gebruik je voor iets wat in het verleden begon en nog niet klaar is of gevolgen heeft.
Present continuous (am/is/are + werkwoord + -ing): gebruik je voor iets wat nu bezig is.

Door deze twee te combineren krijg je: have/has + been + werkwoord + -ing
Voorbeeld: I have been using JoJoSchool for a month now.
Dit gebruik je voor iets dat in het verleden begon en nu nog steeds bezig is.
Uitzondering
Bij werkwoorden die een toestand of eigenschap beschrijven (zoals to be, to own) gebruik je de present perfect, niet de continuous.
Voorbeeld: She has been late for school recently.
Voorbeeld van een foute zin: She has been being late for school recently.
Past Perfect Continuous
De past perfect continuous is vergelijkbaar met de present perfect continuous.
Deze tense is een combinatie van de past perfect en de past continuous.

Vorm: had + been + werkwoord + -ing
Voorbeeld: I had been studying for hours before the teacher arrived.
Past perfect is gemaakt door had + voltooid deelwoord
Gebruik je om aan te geven welke gebeurtenis het eerst plaatsvond in het verleden.
Voorbeeld: I had finished my homework before dinner.
Past continuous is gemaakt door was/were + werkwoord + -ing
Gebruik je voor een handeling die langere tijd bezig was in het verleden.
Voorbeeld: I was studying when you called.
Gebruik:
Je gebruikt deze tijd voor een handeling die in het verleden bezig was en eindigde vóór een andere gebeurtenis in het verleden.
De langere, eerste gebeurtenis is de past perfect continuous
De volgende gebeurtenis is vaak de past simple
Voorbeeld: I had been using JoJoSchool for a month when I passed the exam.
Herkenningswoorden:
Signaalwoorden: when, for, since, before.












