Interpunctie
Leestekens, ofwel punctuation in het Engels, zijn cruciaal voor duidelijke communicatie. Zonder de juiste interpunctie kan je hele verhaal of vraag in het Engels verwarrend worden. Je wilt natuurlijk niet dat mensen denken dat je wilt dat je oma opgegeten wordt, toch?
Oefenen
Hier komt een gouden tip: oefenen, oefenen, oefenen! Of je nu een essay schrijft of gewoon een berichtje naar een vriend stuurt, elke keer dat je schrijft, oefen je met interpunctie. En hoewel typen op je laptop makkelijk lijkt, probeer ook regelmatig met de hand te schrijven.
De belangrijkste leestekens
Period (punt)
De punt hoort achter elke zin, hiermee laat je zien dat je zin klaar is en je een nieuwe kan beginnen.
Colon (dubbele punt)
De dubbele punt is handig wanneer je iets meer wilt vertellen over iets dat je net hebt gezegd.
Bijvoorbeeld:
“This apartment has everything I need: a bedroom, kitchen, and bathroom.”
Question mark (vraagteken)
Elk directe vraag die je stelt, eindigt met een vraagteken. Maar let op, indirecte vragen doen dat niet.
Comma (komma)
Dit kleine teken kan het verschil betekenen tussen eten met je oma of je oma opeten:
"Let's eat, grandma" vs “Let's eat grandma”.
Capital letters (hoofdletters)
Begin elke zin met een hoofdletter, gebruik ze voor namen, dagen van de week, maanden en natuurlijk altijd voor het woord "I".
Exclamation mark (uitroepteken)
Het uitroepteken gebruik je wanneer je erg enthousiast bent over iets “This book is amazing!”. Of juist wanneer je dringend hulp nodig hebt: “Help!”
Apostrophe (apostrof)
Een apostrof gebruik je om bezit aan te geven, of bij een ‘contraction’ (samenvoeging) zoals “don't”, “I'm” of “Aren't"
Bijvoorbeeld:
“This is grandma's house.”