Leerdoelen
•Je kunt woorden benoemen die vaak verkeerd worden gebruikt.
•Je kunt het verschil tussen deze woorden uitleggen en je kunt de woorden correct toepassen.
Verwarrende woorden
Woorden kunnen verwarrend zijn als ze hetzelfde klinken, maar anders worden gespeld en een andere betekenis hebben. Dit kan leiden tot fouten in het gebruik van de Engelse taal.
‘Their’, ‘there’ en 'they're'
•Their: Dit woord gebruik je om bezit aan te geven. Bijvoorbeeld: "This is their car." (Dit is hun auto.)
•There: Gebruik dit woord om iets aan te wijzen. Bijvoorbeeld: "That car over there." (Die auto daar.)
•They're: Dit is een afkorting van ‘they are' en gebruik je om ‘zij zijn’ aan te geven. Bijvoorbeeld: "They're driving a car." (Zij zijn een auto aan het rijden.)

‘Your’ en 'you're'
•Your: Gebruik dit woord om bezit aan te geven. Bijvoorbeeld: "Isn't she your sister?" (Is zij niet jouw zus?)
•You're: Dit is een afkorting van 'you are' en gebruik je om ‘jij bent’ of ‘jullie zijn’ aan te geven. Bijvoorbeeld: "You're very sweet." (Jij bent erg lief.)
Apostrofgebruik
In het Engels wordt een apostrof niet gebruikt voor meervoud, zoals in het Nederlands, maar om een afkorting aan te geven. Dit is belangrijk omdat het gebruik van een apostrof de betekenis van een woord kan veranderen. Bijvoorbeeld:
•"did not" wordt afgekort tot "didn't".
•"they are" wordt afgekort tot "they're".
•"you are" wordt afgekort tot "you're".
Waarom is de apostrof belangrijk?
Een apostrof kan de betekenis van een zin compleet veranderen. Als je de verkeerde versie van een woord gebruikt, kan de zin onlogisch worden. Bijvoorbeeld:
•“Your nice (jouw bent aardig)" in plaats van “You're nice (jij bent aardig)".
•“Their driving the car (hun auto aan het rijden)" in plaats van “They're driving the car (zij zijn een auto aan het rijden)".












