Worden de volgende kenmerken van het misdaadverhaal genoemd in alinea 2?
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
1.De vooroorlogse morele idealen worden belichaamd in de figuur van de detective.
2.De motieven voor het plegen van de misdaad spelen een marginale rol.
3.De scherpzinnige redenering die leidt tot de ontrafeling van het mysterie staat centraal.
4.Er is over het algemeen sprake van een onheilspellende en geheimzinnige setting.
