Geef aan of de volgende beweringen overeenkomen met de inhoud van de passage.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
1.Kate voelt zich slecht op haar gemak in haar eigen huis nadat haar familie is vertrokken.
2.De beschrijving van het bos en van de weersomstandigheden roept het beeld op van Kate als een dier in winterslaap.
3.Sinds de dood van Ben probeert Kate zo vaak mogelijk uitgenodigd te worden door vrienden en familie.
4.In het afgesloten wereldje van haar auto rijdt Kate door het donkere bos naar huis.
5.Bijna bij haar huis gekomen, slaat Kate te vroeg af tijdens een moment van onoplettendheid.
