Geef aan of de volgende beweringen over Merle in overeenstemming zijn met alinea's 3 en/of 4.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
1.Ze moet de meeste voorbereidingen voor haar reis nog treffen.
2.Ze is van plan haar koffer te omwikkelen met plasticfolie om te zorgen dat deze onderweg dicht blijft.
3.Ze loopt met een omweg naar de producten die ze wil hebben.
4.Ze vraagt zich af of er een camera in de winkel hangt.
5.Ze zorgt ervoor dat ze kan zien waar de beveiliger zich bevindt.
6.Ze is al vaker gevolgd door deze beveiliger toen ze ging winkelen.


