Geef van elke van de volgende beweringen aan of deze overeenkomt met de inhoud van de tekst.
Noteer "wel" of "niet" achter elk nummer op het antwoordblad.
1.Mary verblijft in een goedkoop hotel, waarin steeds nieuwe groepen schoolkinderen hun intrek nemen.
2.Mary's echtgenoot voelt zich net zo min thuis in Europa als Mary zich in Amerika thuis voelt.
3.Mary's echtgenoot is in Europa om daar onderzoek te doen.
4.Mary heeft de uitnodiging van een Engelse vriendin om naar een vakantieoord te gaan, verzonnen.
5.Mary neemt het zichzelf kwalijk dat ze haar huwelijk niet genoeg waardeert.
6.Mary hoopt dat ze haar echtgenoot kan betrappen op een buitenechtelijk avontuurtje.
7.Mary's echtgenoot schrijft haar zo vaak dat het lijkt of hij iets te verbergen heeft.
8.Mary ontdekt dat zij niet op een avontuurtje moet rekenen.
