In dit fragment kom je de volgende namen tegen:
1.Julieta (regel 11)
2.Ami (regel 12, 14 en 25)
3.Olive (regel 19)$\rightarrowWelke omschrijving hoort bij welke persoon?
Noteer de letter van de omschrijving achter de naam in de uitwerkbijlage.
Let op: er blijven vier omschrijvingen over.
Kies uit: a de bruid b de fotograaf c de trouwambtenaar d de zus van de bruid e een bloemist f een nicht g een stylist
