Geef aan of de volgende beweringen over het apparaat overeenkomen met de inhoud van alinea 2 en/of 3.
Omcirkel ‘wel’ of ‘niet’ achter elk nummer in de uitwerkbijlage.
1.De sensoren buigen mee met de bewegingen van je vingers.
2.De bewegingen van je vingers worden als elektrische signalen doorgestuurd.
3.Je kunt met behulp van deze handschoen sneller communiceren dan met gebarentaal.
