Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze juist of onjuist is volgens alinea 5 en/of 6.
Omcirkel 'juist' of 'onjuist' achter elk nummer in de uitwerkbijlage.
1.De deelnemers zaten zoveel mogelijk voorovergebogen op de fiets.
2.Veel van de fietspakken waren van ongeschikt materiaal gemaakt.
3.De deelnemers hadden moeite om recht vooruit te fietsen.
4.Veel deelnemers deden vooral mee aan de race voor de ervaring.
