Geef van de volgende beweringen over Kabir Ahmed aan of ze overeenkomen met de inhoud van de tekst.
Omcirkel 'wel' of 'niet' achter elk nummer in de uitwerkbijlage.
1.Hij was het onderwerp van een artikel in een krant.
2.Hij is als klein kind samen met zijn ouders naar Amerika gekomen.
3.Hij werkt voor een grote restaurantketen.
4.Hij droomt ervan zijn geboortedorp weer te kunnen bezoeken.
5.Hij vindt het lastig om toe te geven dat hij geen Engels kan lezen.
