(Uit het VWO – eindexamen van 2017 – Tijdvak 1)
Philipscurve richtsnoer voor overheidsbeleid
De regering van een land discussieert over de mogelijkheden om door middel van
belastingverlaging de laagconjunctuur te bestrijden. De minister van Financiën presenteert
grafiek 1 met het verband tussen het werkloosheidspercentage en de inflatie (Phillipscurve)
voor de korte en de lange termijn: “Met de huidige 1,5% inflatie en een werkloosheid van
5,25% bevindt het land zich in punt A. Uitgaande van het geschetste verband tussen beide
variabelen kan belastingverlaging door hogere heffingskortingen de economie van ons land
naar punt B brengen.”
De minister van Sociale Zaken reageert: “Als gevolg van de hogere
inflatie in situatie B ten opzicht van situatie A zien kwetsbare groepen, zoals ouderen met
alleen een nominaal vast pensioen, de waarde van hun inkomen steeds verder dalen. Ik zie
daarom een toename van de inflatie van maximaal 3,5 procentpunt alleen aanvaardbaar, als
daar een afname van de werkloosheid van ten minste 40% tegenover staat.”

Toelichting bij grafiek 1:
− De positie op de kortetermijn-Phillipscurve is afhankelijk van de stand van de conjunctuur.
− De inflatieverwachtingen volgen de feitelijke inflatie met enige vertraging.
− De Non Accelerating Inflation Rate of Unemployment (NAIRU), het werkloosheidspercentage behorend bij de langetermijn-Phillipscurve, wordt geacht te worden bereikt bij een normale bezetting van de productiecapaciteit. In de beginsituatie is de NAIRU 3,5%.
Verklaar via de arbeidsmarkt het dalende verloop van de Phillipscurve op korte
termijn.













