Leg in je eigen woorden uit wat het geaggregeerde aanbod (GA) is.
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat het geaggregeerde aanbod is.
•Je kunt uitleggen waarom de inflatie eerst positief en daarna negatief is.
Het geaggregeerde aanbod (GA-curve)
In het IS-MB-GA-model staat de GA-curve voor het geaggregeerde aanbod. De GA-curve geeft het verband weer tussen de inflatie, het inkomen en het productieniveau.
Een producent heeft een duidelijk doel: zoveel mogelijk verkopen voor een zo hoog mogelijke prijs. Dit betekent dat er een positief verband bestaat tussen de prijs van een product en het aanbod ervan: hoe hoger de prijs, hoe hoger de productie/aanbod. De prijs kan worden gecorreleerd met de inflatie. Inflatie is immers een stijging van het algemene prijspeil. Hoe hoger de prijzen, hoe hoger de inflatie.
Het geaggregeerde aanbod (GA) is het macro-economische aanbod. Dit is de totale hoeveelheid goederen en diensten die alle bedrijven in de gesloten economie gedurende een jaar aanbieden. De GA-curve geeft weer hoe dit totale aanbod afhangt van het inflatieniveau. Simpel gezegd: als de inflatie stijgt, zal een producent meer willen produceren, waardoor ook het inkomen in de economie stijgt. Er is dus een positief verband.

De rol van inflatieverwachtingen en rigiditeit
Inflatieverwachtingen
Verwachte inflatie heeft invloed op de werkelijke inflatie. Als mensen een hoge inflatie verwachten, gaan ze daar ook naar handelen, wat de voorspelling vaak waarmaakt. Dit noemen we een self-fulfilling prophecy.
Hoe werkt dit?
•Producenten anticiperen: mensen verwachten prijsstijgingen en kopen bijvoorbeeld extra grondstoffen in om de verwachte prijsverhoging voor te zijn. Dit creëert echter extra vraag, wat de prijzen juist opdrijft.
•Vakbonden anticiperen: zij verwachten een hoge inflatie en eisen meer loon voor hun leden om de koopkracht op peil te houden. Hogere loonkosten worden doorberekend in de verkoopprijzen, wat weer leidt tot verdere inflatie.
Prijsrigiditeit en loonstarheid
Deze aanpassingen gebeuren echter niet van de ene op de andere dag. Prijsrigiditeit en loonstarheid verklaren waarom er een vertraging zit in de reactie van kosten op inflatie:
•Prijsrigiditeit: contracten en afspraken kunnen prijzen voor langere tijd vastzetten. Denk aan een supermarkt die jaarcontracten afsluit met leveranciers. De inkoopprijzen staan dan voor een bepaalde periode vast, ongeacht of de inflatie in de tussentijd stijgt.
•Loonstarheid: lonen staan vast in arbeidsovereenkomsten en collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's). Een plotselinge inflatiestijging leidt niet direct tot een loonsverhoging; dit gebeurt pas als nieuwe CAO's worden onderhandeld.
De output gap en de gevolgen voor inflatie
De output gap is het verschil tussen de werkelijke productie en de normale (potentiële) productiecapaciteit. Dit concept komt ook terug bij conjunctuurgolven:
•Bij een hoogconjunctuur groeit de economie sneller dan de trendmatige groei. Er is dan sprake van een positieve output gap, wat betekent dat de economie oververhit raakt en er meer wordt geproduceerd dan duurzaam is.
•Bij een laagconjunctuur groeit de economie trager dan de trendmatige groei, wat leidt tot een negatieve output gap.
Een positieve output gap brengt specifieke gevolgen met zich mee die de inflatie beïnvloeden:
•Er is sprake van overproductie en vaak een arbeidstekort. Bij een arbeidstekort zullen de lonen stijgen, wat leidt tot hogere kosten voor bedrijven. Dit zullen zij weer doorberekenen in de verkoopprijzen, wat tot inflatie leidt.
Inflatie en winst: korte versus lange termijn
De invloed van inflatie op de winst van een bedrijf verschilt sterk tussen de korte en de lange termijn, met name door de eerder besproken rigiditeit.
Korte termijn
Op de korte termijn kunnen de winsten van bedrijven stijgen wanneer er inflatie optreedt. Dit komt doordat:
•De prijzen van verkochte producten stijgen door de inflatie.
•De kosten, zoals de inkoopprijzen van grondstoffen en de lonen, blijven initieel gelijk door prijs- en loonrigiditeit.
•Hierdoor ontvangen producenten meer geld voor hun producten, terwijl hun kosten hetzelfde blijven. Dit resulteert in een tijdelijk hogere winst.
Lange termijn
Op de lange termijn trekt deze situatie weer bij:
•Contracten moeten opnieuw onderhandeld worden.
•Vakbonden zullen hogere lonen bedingen voor hun leden, wat resulteert in stijgende cao-lonen.
•Hierdoor stijgen de kosten voor de bedrijven.
•Hoewel de verkoopprijzen hoog blijven door de inflatie, stijgen nu ook de kosten. Uiteindelijk zal de winst weer terugkeren naar het niveau van vóór de inflatie. Het algemene prijspeil (inflatie) is echter wel permanent hoger geworden.

Verplaatsing langs de GA-curve
Een verplaatsing langs de GA-curve treedt op wanneer de productie groter is dan de potentiële productie (een positieve output gap).
•Als er een hogere inflatieverwachting is, willen consumenten eerder kopen om toekomstige prijsstijgingen voor te zijn.
•Dit leidt ertoe dat bedrijven meer gaan produceren om aan de gestegen vraag te voldoen.
•Op de GA-curve vertaalt dit zich in een beweging naar rechts langs de curve: een hoger inkomen (productie) gaat gepaard met een hoger inflatieniveau.

Verschuiving van de GA-curve
Een verschuiving van de GA-curve vindt plaats op de langere termijn, wanneer lonen en prijzen zich aanpassen aan de nieuwe situatie.
•Door deze aanpassingen (hogere lonen, opnieuw onderhandelde contracten) nemen de reële productiekosten voor producenten toe.
•Als gevolg hiervan zijn producenten tegen dezelfde prijs minder bereid om te produceren.
•De GA-curve verschuift hierdoor naar links (of omhoog). Dit betekent dat tegen een gelijk inkomen de inflatie nu hoger is. Het kan ook betekenen dat bij een gelijk inflatieniveau er minder geproduceerd wordt. Uiteindelijk leidt dit tot een situatie waarin de economie terugkeert naar het oorspronkelijke inkomensniveau, maar nu met een significant hogere inflatie.













