Bereken de punten a t/m e.
Leerdoelen
•Je kunt de evenwichtsprijs rekenkundig bepalen.
•Je kunt de evenwichtshoeveelheid rekenkundig bepalen.
•Je kunt het marktevenwicht visueel bepalen in een vraag- en aanbodgrafiek.
Vraag en aanbod
De vraag gaat over het aantal kopers of de hoeveelheid verkochte goederen of diensten op de markt. Bij aanbod gaat het over het aantal aanbieders van bepaalde producten, oftewel de aangeboden hoeveelheid goederen en diensten.
Er is een duidelijke relatie tussen prijs, vraag en aanbod:
Als de prijs stijgt, neemt de vraag af. Dit is een negatieve band. Als iets duurder wordt, ben je minder snel geneigd het te kopen, of je kunt er simpelweg minder van kopen met hetzelfde budget.
Bij aanbod is dit andersom; er is een positieve band. Als de prijs stijgt, neemt het aanbod toe. Dit komt doordat aanbieders bereid zijn meer te leveren voor een hogere prijs, omdat ze dan meer geld kunnen verdienen. Ook kunnen hogere prijzen nieuwe aanbieders aantrekken die ook winst willen maken, waardoor het totale aanbod op de markt stijgt.
De vraaglijn en de aanbodlijn zijn grafische weergaven van deze relaties. De vraaglijn geeft de betalingsbereidheid weer: hoeveel zijn consumenten bereid te betalen voor een product, en welke hoeveelheid wordt er dan gevraagd? De aanbodlijn toont de leveringsbereidheid: voor welke prijs zijn bedrijven bereid een product te leveren, en hoe hoger de prijs, hoe hoger het aanbod.
Het marktevenwicht
De vraaglijn en de aanbodlijn kruisen elkaar in een grafiek. Dit snijpunt is het marktevenwicht; het punt waar vraag en aanbod precies aan elkaar gelijk zijn. Hierbij hoort een specifieke prijs en een specifieke hoeveelheid. Deze prijs noemen we de evenwichtsprijs en de hoeveelheid de evenwichtshoeveelheid.
De evenwichtsprijs rekenkundig bepalen
Omdat het om een evenwicht gaat, geldt:
De aangeboden hoeveelheid is gelijk aan de gevraagde hoeveelheid.
Rekenvoorbeeld evenwichtsprijs:
•Stel, de volgende formules voor aanbod (QA) en vraag (QV):
•Om de evenwichtsprijs te vinden, worden deze formules aan elkaar gelijkgesteld:
•Nu moet P opgelost worden:
P=\frac{1950}{65}=30P=\frac{1950}{65}/=30P=\frac{1950}{65}/6=30P=\frac{1950}{65}/65=30P=\frac{1950}{6}/65=30P=\frac{1950}{\placeholder{}}/65=30
•De evenwichtsprijs is dus € 30.
De evenwichtshoeveelheid rekenkundig bepalen
Als de evenwichtsprijs berekend is, kan de evenwichtshoeveelheid bepaald worden. Om dit te doen, moet de evenwichtsprijs ingevuld worden in één van de oorspronkelijke vraag- of aanbodformules.
Rekenvoorbeeld evenwichtshoeveelheid:
•De evenwichtsprijs (P) is € 30.
•Invullen:
QA=50\cdot30-800QA=5030-800
•De evenwichtshoeveelheid is dus 700.
•Het is altijd slim om je berekeningen te controleren. Je kunt de evenwichtsprijs (P = 30) ook in de vraagformule (QV) invullen. Als je dezelfde hoeveelheid krijgt, weet je zeker dat je correct hebt gerekend. Je kunt ook de vraag- en aanbodlijnen uittekenen ter controle.
QV=-15\cdot30+1150QV=-1530+1150
•Beide formules geven 700 als uitkomst. De evenwichtsprijs is € 30 en de evenwichtshoeveelheid is 700.













