Leerdoelen
•je kunt de prijselasticiteit van de vraag berekenen
•je kunt uitleggen wat het verschil is tussen een elastische en inelastische vraag
•je kunt de inkomenselasticiteit van de vraag berekenen
•je kunt het verschil tussen normale, luxe en inferieure goederen uitleggen
•je kunt de kruislingse elasticiteit van de vraag berekenen
•je kunt het verschil tussen complementaire en substitutiegoederen uitleggen
Prijselasticiteit van de vraag
De prijselasticiteit van de vraag (afgekort EV) geeft aan hoe sterk de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als de prijs van dat product verandert. Voor aanbieders is dit belangrijke informatie, want de reactie van consumenten kan per product en per persoon verschillen.
De formule voor prijselasticiteit van de vraag
De uitkomst van de prijselasticiteit is meestal een negatief getal, omdat een hogere prijs meestal leidt tot een lagere gevraagde hoeveelheid, en vice versa.
EV = 0: Dit betekent een volkomen inelastische vraag. De gevraagde hoeveelheid verandert helemaal niet, ongeacht de prijsverandering (bijvoorbeeld levensreddende medicijnen).
0 > EV > -1: Dit is een relatief inelastische vraag. De gevraagde hoeveelheid verandert wel, maar minder sterk in procenten dan de prijsverandering.
EV < -1: Dit is een relatief elastische vraag. De gevraagde hoeveelheid verandert sterker in procenten dan de prijsverandering.

Rekenvoorbeeld: brood bij de Bakkerette
Stel, de Bakkerette verlaagt de prijs van brood van € 0,90 naar € 0,85. Hierdoor worden 15% meer broden verkocht, wat neerkomt op een stijging van 100 naar 115 broden.
Bereken de prijsverandering in procenten:
Bereken de verandering van de gevraagde hoeveelheid in procenten:
Dit is al gegeven: +15%.
Bereken de prijselasticiteit van de vraag:
EV =
Omdat de uitkomst (-2,70) kleiner is dan -1, is er sprake van een elastische vraag naar brood.
Elasticiteit en omzet
De elasticiteit van de vraag heeft ook invloed op de omzet van een bedrijf:
Bij een elastische vraag (EV < -1): de omzet stijgt bij een prijsverlaging. In het voorbeeld van de Bakkerette:
Oude omzet:
Nieuwe omzet:
De omzet is gestegen, omdat de procentuele stijging van de verkochte hoeveelheid groter was dan de procentuele daling van de prijs.
Bij een inelastische vraag (0 > EV > -1): de omzet daalt bij een prijsverlaging. De procentuele daling van de prijs is dan groter dan de procentuele stijging van de verkochte hoeveelheid.
Inkomenselasticiteit van de vraag
De inkomenselasticiteit van de vraag (EI) meet hoe de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als het inkomen van consumenten verandert.
De formule voor inkomenselasticiteit van de vraag
Indeling van goederen op basis van inkomenselasticiteit
De uitkomst van EI bepaalt welk type goed het is:
0 < EI < 1: Dit zijn normale goederen. De vraag stijgt als het inkomen stijgt, maar minder sterk dan de inkomensstijging. Voorbeelden: brood, melk.
EI > 1: Dit zijn luxe goederen. De vraag stijgt sterker dan de inkomensstijging. Mensen kopen er relatief meer van als hun inkomen stijgt. Voorbeelden: vakanties, mooie auto's.
EI < 0: Dit zijn inferieure goederen. Dit is bijzonder: de vraag daalt als het inkomen stijgt. Als je meer geld hebt, koop je juist minder van deze goederen. Voorbeelden: huismerkartikelen, tweedehands kleding; je stapt over op luxere alternatieven.
Rekenvoorbeeld: vliegvakanties
Stel, het gemiddelde inkomen in Nederland stijgt van € 40.000 naar € 42.400. De vraag naar vliegvakanties stijgt hierdoor met 10%.
Bereken de inkomensverandering in procenten:
Bereken de inkomenselasticiteit van de vraag:
EI =
Omdat 1,67 groter is dan 1, zijn vliegvakanties een luxe goed. Dit is logisch, want bij een hoger inkomen besteden mensen relatief meer aan dure vakanties.
Kruislingse elasticiteit van de vraag
De kruislingse elasticiteit van de vraag (EK) meet hoe de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als de prijs van een ánder product verandert. Hiermee kijken we naar de relatie tussen verschillende goederen.
De formule voor kruislingse elasticiteit van de vraag
Soorten goederen op basis van kruislingse elasticiteit
De uitkomst van EK bepaalt het type relatie tussen de twee producten:
EK > 0: Dit zijn substitutiegoederen. Deze goederen kunnen elkaar vervangen. Als de prijs van product A stijgt, wordt product A duurder en zal de vraag naar product B (het substituut) stijgen. Voorbeelden: iPhone en Samsung-telefoon, elektrische step en fiets.
EK < 0: Dit zijn complementaire goederen. Deze goederen worden vaak samen gebruikt. Als de prijs van product A stijgt, zal de vraag naar product A dalen, en daardoor daalt ook de vraag naar product B (dat je erbij gebruikt). Voorbeelden: koffie en koffiemelk, tandenborstel en tandpasta.
EK = 0: Er is geen relatie tussen de twee producten. Een prijsverandering van product A heeft geen invloed op de vraag naar product B. Voorbeelden: fiets en tandpasta.
Rekenvoorbeeld: koffie en koffiemelk
Stel, de gemiddelde prijs van koffie stijgt van € 8 naar € 9,60. Hierdoor daalt de vraag naar koffiemelk met 15%.
Bereken de prijsverandering van koffie in procenten:
Bereken de kruislingse elasticiteit van de vraag:
EK =
Omdat de uitkomst (-0,75) kleiner is dan 0, zijn koffie en koffiemelk complementaire goederen. Als koffie duurder wordt, wordt er minder koffie gekocht, en dus ook minder koffiemelk.




