- Aanbodkant (structureel)
- Hier kijk je naar de productiecapaciteit. Dit is op de lange termijn gericht.
- Arbeid
- Factoren zoals scholing, arbeidsdeling, specialisatie, mechanisatie, automatiseren.
- Arbeidsproductiviteit
- Hoeveel één werknemer maakt in een bepaalde tijdsperiode.
- Internationale concurrentiepositie
- Hoe beter de internationale concurrentiepositie, hoe beter de economische groei.
- Kapitaal
- Kapitaalgoederen, geldkapitaal.
- Kwaliteit van arbeid
- Loonkosten per product = loonkosten per werknemer : arbeidsproductiviteit
- Kwantiteit van arbeid
- Participatiegraad = beroepsbevolking : potentiële beroepsbevolking
- Natuur
- Factoren zoals grondstoffen, ligging, klimaat.
- Octrooien en patenten
- Bedrijven hebben het alleenrecht op de productie en distributie van een product. Hiermee verstoort de overheid de markt. Dit komt ten goede aan innovatie.
- Ondernemerschap
- Samenbrengen van kennis, inzichten en activiteiten van mensen.
- Procesinnovaties
- Efficiëntere productieprocessen.
- Productiefactoren
- Kapitaal, Arbeid, Natuur, Ondernemerschap (KANO)
- Productinnovatie
- Product zelf wordt steeds beter.
- Vraagkant (conjunctuur)
- Hier kijk je naar de bestedingen in de economie. Je kijkt dus naar de consumptie, investeringen, overheidsbestedingen, export en import (C+I+O+E-M). Dit is op de korte termijn gericht.