Noem een verschil tussen sociale voorzieningen en sociale verzekeringen.
Leerdoelen
•Je kunt de definitie van sociale zekerheid uitleggen en het onderscheid maken tussen sociale voorzieningen en sociale verzekeringen.
•Je kunt de twee soorten sociale verzekeringen (volks- en werknemersverzekeringen) onderscheiden, hun kenmerken beschrijven en van beide voorbeelden geven.
•Je kunt het principe van het solidariteitsbeginsel en het belang ervan binnen het socialezekerheidsstelsel beschrijven.
•Je kunt de werking van het omslagstelsel uitleggen, met de AOW als voorbeeld.
•Je kunt het concept premiedruk definiëren, de oorzaken van de toename ervan benoemen en de gevolgen daarvan voor het socialezekerheidsstelsel toelichten.
Wat is sociale zekerheid?
In Nederland is iedereen zeker van een bestaan, ook al is dit niet altijd vanzelfsprekend. Het kan voorkomen dat mensen werkloos raken, dakloos worden of niet rond kunnen komen. Voor deze situaties biedt het socialezekerheidsstelsel in Nederland een vangnet. Dit stelsel helpt mensen die tijdelijk onvoldoende inkomen hebben.
Ons socialezekerheidsstelsel bestaat uit twee hoofdonderdelen: sociale voorzieningen en sociale verzekeringen. Beide zijn erop gericht om financiële hulp te bieden wanneer dat nodig is.

Sociale voorzieningen
Sociale voorzieningen zijn uitkeringen die worden verstrekt aan mensen die geen recht hebben op een uitkering via de sociale verzekeringen. Deze voorzieningen worden betaald uit algemene belastinggelden. Dat betekent dat iedereen die belasting betaalt, hieraan meebetaalt.
Voorbeelden van sociale voorzieningen zijn:
•een bijstandsuitkering: voor mensen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en geen andere inkomsten hebben. Deze uitkering valt tegenwoordig onder de Participatiewet.
•bepaalde toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag of kindgebonden budget, die gezinnen en individuen helpen met specifieke kosten.
Sociale verzekeringen
In tegenstelling tot sociale voorzieningen worden sociale verzekeringen betaald uit premies. Deze premies worden ingehouden op het loon van werkende mensen. Sociale verzekeringen dekken het verlies van inkomen in specifieke situaties, zoals:
•ziekte: zowel kort- als langdurig.
•werkloosheid: wanneer je je baan verliest.
•arbeidsongeschiktheid: wanneer je door ziekte of een ongeval niet meer (volledig) kunt werken.
•ouderdom: wanneer je stopt met werken vanwege je leeftijd.
Sociale verzekeringen kunnen we verder onderverdelen in twee soorten: volksverzekeringen en werknemersverzekeringen.
Volksverzekeringen
Volksverzekeringen zijn, zoals de naam al aangeeft, bedoeld voor iedereen die in Nederland woont of werkt. Ook als je nooit in je leven hebt gewerkt, kun je in aanmerking komen voor een volksverzekering, mits je in Nederland woont.
Bekende voorbeelden van volksverzekeringen zijn:
•WLZ: de Wet langdurige zorg, die zorg regelt voor mensen die langdurig ziek zijn of een handicap hebben.
•AOW: de Algemene Ouderdomswet, die een basispensioenuitkering biedt voor ouderen. Dit is de meest bekende volksverzekering.
•ANW: de Algemene Nabestaandenwet, die een uitkering biedt aan nabestaanden van iemand die is overleden.
Werknemersverzekeringen
Werknemersverzekeringen zijn specifiek voor mensen die werken in loondienst. Deze verzekeringen worden betaald door zowel werkgevers als werknemers via premies die op het loon worden ingehouden. Je komt alleen voor deze verzekeringen in aanmerking als je werkt of gewerkt hebt. Je kunt immers niet werkloos raken als je nooit een baan hebt gehad.
Voorbeelden van werknemersverzekeringen zijn:
•WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, voor werknemers die arbeidsongeschikt zijn geworden.
•WIA: de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor werknemers die langdurig arbeidsongeschikt worden. De WIA is de opvolger van de WAO en vervangt de WAO sinds 2006.
•WW: de Werkloosheidswet, die een uitkering biedt bij onvrijwillige werkloosheid.
•ZW: de Ziektewet, die een uitkering regelt voor zieke werknemers die geen loon meer ontvangen van hun werkgever (bijvoorbeeld bij een tijdelijk contract).
Het solidariteitsbeginsel
Het Nederlandse socialezekerheidsstelsel is volledig gebaseerd op het solidariteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat de risico's van bijvoorbeeld ziekte, werkloosheid of ouderdom door alle deelnemers worden gedeeld. Zelfs als je nooit in je leven aanspraak hoeft te maken op een werkloosheidsuitkering, draag je toch bij aan het betalen ervan. Dit is omdat het systeem ervoor zorgt dat je wel een uitkering krijgt, mocht je die onverhoopt toch nodig hebben. De mensen die de hulp niet nodig hebben, helpen dus mee voor de mensen die het wel nodig hebben.
De financiering van het stelsel gebeurt op twee manieren:
•sociale voorzieningen worden betaald uit belastingopbrengsten. Iedereen betaalt hieraan mee, bijvoorbeeld door btw te betalen op aankopen.
•sociale verzekeringen worden betaald uit sociale premies, die ingehouden worden op het loon uit arbeid.
Het omslagstelsel en intergenerationele solidariteit
De uitkeringen binnen ons socialezekerheidsstelsel, met name de AOW, worden betaald op basis van het omslagstelsel. Dit stelsel staat ook wel bekend als intergenerationele ruil of intergenerationele solidariteit. Het betekent dat de premies die nu worden ontvangen, direct worden gebruikt om de uitkeringen van nu te betalen.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is de AOW. Het geld dat jouw ouders of grootouders nu ontvangen als AOW-uitkering, wordt betaald door de mensen die nú aan het werk zijn en premies afdragen. Dit is anders dan een individueel pensioenpotje dat je zelf opbouwt. Later, wanneer jij hopelijk over enkele decennia met pensioen gaat, zullen de mensen die dan aan het werk zijn, de premies betalen voor jouw AOW-uitkering. Zo blijft het systeem in stand, waarbij de huidige werkende generatie betaalt voor de gepensioneerde generatie, en dit elke keer weer doorschuift.
Intergenerationele solidariteit onder druk
Helaas staat de intergenerationele solidariteit onder druk, voornamelijk door de vergrijzing. Dit betekent dat er een steeds groter percentage ouderen is ten opzichte van de totale bevolking. De oorzaken hiervan zijn onder andere een hogere levensverwachting en verbeterde gezondheidszorg.
Door deze demografische verschuiving daalt de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal gepensioneerden. Er zijn steeds minder werkenden die de benodigde AOW-uitkeringen moeten opbrengen voor een groeiend aantal ouderen. Dit kan leiden tot een onhoudbare situatie, omdat de last per werkende steeds zwaarder wordt.

Premiedruk: de prijs van solidariteit
Een direct gevolg van de toenemende druk op de intergenerationele solidariteit is de stijging van de premiedruk. Dit betekent dat de werkende bevolking meer premie moet gaan betalen om de sociale uitkeringen, zoals de AOW, te kunnen financieren.
Wanneer de premiedruk te hoog wordt, staan beleidsmakers voor een dilemma:
•of werkenden moeten meer premie gaan betalen.
•of mensen die een uitkering ontvangen, krijgen minder geld.
Om de premiedruk te verlichten en het stelsel betaalbaar te houden, is de AOW-leeftijd verhoogd. Voorheen was de AOW-leeftijd 65 jaar, maar deze is verhoogd naar 67 jaar. Binnenkort zal de leeftijd nog verder stijgen naar 67 jaar en 3 maanden, en deze zal in de toekomst meestijgen met de levensverwachting. Hoe ouder wij gemiddeld worden, hoe hoger de leeftijd waarop je recht krijgt op AOW.













