Een econoom analyseert de gevolgen van het programma met een vraag en aanbodmodel (zie figuur 1).

Hierbij geldt dat:
De vraag (V):$\mathrm{Qv}=-0{,}4 \mathrm{P}+550
Het aanbod (A):$\mathrm{Qa}=0{,}8 \mathrm{P}-100
Q is in miljoenen tonnen
P is de prijs per ton (in $)
Het programma leidt per saldo tot een verlies voor de overheid.
