De overheid investeert in de ontwikkeling van menselijk kapitaal bij haar bevolking door onderwijs te financieren. Middelbare scholen ontvangen elk jaar een bepaald bedrag dat ze aan personeel en het onderhoud van het gebouw mogen besteden. Deze financiering heet de lumpsum en is een vast bedrag per leerling.
- Oefen de examens van de afgelopen 8 jaar, met uitleg van docenten bij elke vraag
- Extra uitleg en oefenen bij elk onderwerp uit je examen
- Loop je vast? Ainstein, je AI-tutor, kijkt met je mee en helpt je verder
Een econoom maakt een model om de gevolgen van het marketingbeleid aan te tonen (zie bron 1 en matrix 1). In het model zijn er twee scholen:
het Rij-college en het Kolom-college. Zij ervaren uitsluitend concurrentie van elkaar.
Bron 1 Gegevens en aannames model
Onderstaande gegevens gelden voor het vorige schooljaar en het huidige schooljaar.De afzetfuncties zijn gelijk aan: |
Matrix 1 Verandering financiële reserve ( x € 1.000) bij inzet marketing
Kolom-college | ||||
Rij- college | ||||
noot 1 : In het vorige schooljaar is de financiële reserve van beide scholen met
In het vorige schooljaar voerden beide scholen geen marketing (cel A).
Toon met een berekening aan dat de financiële reserve van het Rij college in cel G in het huidige schooljaar stijgt met € 10.000.
Bijbehorende onderwerpen
Op deze pagina behandelen we vraag 19 van het centraal examen economie vwo 2025 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Opgave 4 Strijd om de leerling, en is 3 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
- Oude antwoorden terugzien
- Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
- Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden
De onderwerpen bij deze vraag zijn:
- Optimale winstgevendheid