In een land kunnen studenten zelf hun vervolgopleiding in het hoger onderwijs financieren door middel van een lening bij de overheid. Na het afronden van de opleiding moet deze worden terugbetaald. De overheid heeft een voorwaarde toegevoegd aan het leenstelsel om jongeren aan te zetten tot studeren, ondanks de risico's van lenen. De voorwaarde is dat de aflossingsperiode van de opgebouwde studieschuld 35 jaar wordt (langer dan de standaard periode voor aflossingen van langlopende schulden).
- Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
- Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
- Stel vragen en krijg direct antwoord

Onderwijsinstellingen in het hoger onderwijs (aanbieders) rekenen € 12.000 per jaar collegegeld. Het hoger onderwijs wordt toegankelijker als het collegegeld daalt door bijvoorbeeld een subsidie aan de aanbieder. Het Plan Bureau (PB) onderzoekt de effecten van een subsidie op het collegegeld voor de markt van hoger onderwijs (zie figuur 1)
Figuur 1 Vraag- en aanbodmodel van hoger onderwijs

De subsidie heeft gevolgen voor de doelmatigheid van het hoger onderwijs.
Analyseer de gevolgen van de subsidie voor de doelmatigheid. Ga als volgt te werk:
•Arceer in de uitwerkbijlage (figuur A) het subsidiebedrag van de overheid.
•Arceer in de uitwerkbijlage (figuur B) het verloren surplus dat ontstaat door de overheidssubsidie.
Bijbehorende onderwerpen
Op deze pagina behandelen we vraag 9 van het centraal examen economie vwo 2023 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Opgave 2 Markt voor hoger onderwijs, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
- Oude antwoorden terugzien
- Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
- Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden
De onderwerpen bij deze vraag zijn:
- Overheidsbemoeienis bij marktmechanisme

