In een land zijn in 2014 enkele banken failliet gegaan. De overheid heeft grote banken nog nét kunnen redden. Ondanks de aanvulling van het eigen vermogen hadden die banken onvoldoende dekkingsmiddelen op hun balansen. De banksector kreeg te maken met een vertrouwenscrisis, die mede de aanleiding was voor een recessie in de jaren 2014 en 2015.
De staatsschuldquote bedroeg op 1 januari 2015 100% van het bruto binnenlands product (bbp). Over het jaar 2015 was het overheidstekort opgelopen tot$6 \%van het bbp. Voor de jaren 2014 en 2015 zijn de waarden van enkele macro-economische grootheden gepresenteerd in tabel 1.
tabel 1 macro-economische gegevens tijdens de recessie
variabele | $\mathbf{2 0 1 4} | $\mathbf{2 0 1 5} |
maatschappelijke geldhoeveelheid (M) | $€ 81miljard | $€ 82miljard |
nationaal inkomen | $€ 500miljard | $€ 505{,}5miljard |
Bij de analyses ging een econoom uit van de verkeersvergelijking van
Fisher:$\mathrm{M} \times \mathrm{V}=\mathrm{P} \times \mathrm{T}.
Voor de symbolen geldt:
M = geldhoeveelheid in handen van het publiek
$\mathrm{V}=de gemiddelde omloopsnelheid van het geld
P = het gemiddelde prijsniveau van de transacties
$\mathrm{T}=het aantal transacties
