In een land bestaat een oudedagsvoorziening, gebaseerd op het omslagstelsel. Er is geen verplichte eigen pensioenopbouw. Een politicus pleit voor een verlaging van de bestaande uitkering. Een econoom onderzoekt de gevolgen van dit plan. Hij schetst daartoe een modelmatige weergave van de financiële positie van een werknemer tijdens diens werkzame periode en in de periode daarna (zie figuur 1). De econoom stelt het bruto-verdienpotentieel van een werknemer gelijk aan het totale arbeidsinkomen dat deze vanaf een bepaald moment nog zal verwerven tot aan diens pensionering. In figuur 1 schetst de econoom ook het verloop van het financieel vermogen van een werknemer, vanaf het betreden van de arbeidsmarkt tot het overlijden. Voor opbouw van dit financieel vermogen wordt een deel van het bruto-verdienpotentieel bestemd.
Figuur 1 model van de levensloop van een werknemer

De uitgangspunten van de econoom bij het model zijn:
•De inflatie en de rente bedragen beide 0%.
•Het loonpeil blijft onveranderd.
•Heffingen op het inkomen (inclusief premies voor de oudedagsvoorziening) bedragen steeds$30 \%van het inkomen.
•Na pensionering wordt geen inkomen meer verdiend.
