Twee bedrijven, Westeropslag (WOP) en Oostbox (OBX), verhuren containeropslagruimte aan particulieren in een land. Er is sprake van een heterogeen duopolie. Het land bestaat uit de regio's Oost en West. De afzet van de bedrijven wordt gemeten naar het aantal vierkante meter opslagruimte dat ze verhuren. OBX realiseert zestig procent van de totale eigen afzet in regio Oost, WOP 60% van de totale eigen afzet in regio West.
Met het oog op stijging van de kosten overweegt WOP om de verkoopprijs met tien procent te verhogen. WOP gaat ervan uit dat ook OBX een dergelijke stap overweegt. WOP onderzoekt de marktverhoudingen en de effecten op de omzet van een verandering van de prijs (matrix 1). In de uitgangssituatie verhuurt WOP$36.500 \mathrm{~m}^{2}opslagruimte.
Matrix 1 prijscombinaties en verwachte omzet ($\times 1.000euro's)
$O B X | |||
$\mathrm{P}^{*} | 5,30 | 5,83 | |
WOP | 5 | 182,5; 146,3 | 195,8; 136,2 |
5,50 | 173,3; 156,9 | 187,8; 147,9 |
* prijzen per$\mathrm{m}^{2}opslagruimte

