Bij de beantwoording van de vragen in deze opgave moet je soms gebruikmaken van informatiebron 2 en 3 in de bijlage.
Het is de derde dinsdag in september. De koning komt met de koets aan bij de Ridderzaal. Hij gaat de troonrede voorlezen aan de Staten-Generaal.
Carlein zit voor de televisie.
Zij is benieuwd wat de koning te vertellen heeft.


