Uit een krant, 2015:In het voorjaar van 2013 voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) dat het overheidstekort van Nederland zou uitkomen op$3{,}1 \%van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013. De voorspelling bleek onjuist, want eind 2013 was het overheidstekort van Nederland weer onder de$3 \%gekomen. Daarmee voldeed Nederland voor het eerst sinds de economische en financiële crisis weer aan de norm voor het overheidstekort van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) (zie kader). |
Het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de boeteclausuleDe lidstaten die deel uitmaken van de Economische en Monetaire Unie (EMU) moeten zich vanaf 2013 opnieuw 1) houden aan de volgende afspraken:Het overheidstekort mag niet meer bedragen dan$3 \%van het bbp.De overheidsschuld mag niet hoger zijn dan$60 \%van het bbp.Als een lidstaat de beide normen van overheidstekort en overheidsschuld overschrijdt, dan legt de EMU aan de lidstaat een boete op van$0{,}2 \%van het bbp van het voorafgaande jaar.noot 1 De EMU ging tijdens de voorafgaande crisis soepeler om met de normen en legde toen geen boete op. |
Vanaf 2014 lag de economische groei in Nederland boven de trendmatige groei.
De overheidsschuld als percentage van het bbp kwam in 2013 en 2014 nog steeds ruim boven de norm van het SGP uit (zie bron 1). Ondanks het overschrijden van de norm van de overheidsschuld, heeft Nederland in 2013 en 2014 geen boete van de EMU gehad.
In een havo 5-klas bespreken leerlingen de ontwikkeling van het overheidstekort in Nederland en de toepassing van de boeteclausule voor ons land.
•Amira: Had Nederland in 2013 die 3%-norm niet gehaald, dan zou Nederland een boete hebben gekregen van ruim 1,5 miljard euro.
•Oscar: Als we in 2014 een boete opgelegd hadden gekregen, dan zou die boete vanaf 2014 een procyclische werking hebben op de conjunctuur van Nederland
