2,8 2,8 2,6 2,6 2,5 2,5 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2006 2009 2012 kredietcrisis bron 1 verhouding tussen de 20% hoogste en 20% laagste huishoudinkomens

bron 2 primaire en secundaire huishoudinkomens in euro's in 2012

2,8 2,8 2,6 2,6 2,5 2,5 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2006 2009 2012 kredietcrisis bron 1 verhouding tussen de 20% hoogste en 20% laagste huishoudinkomens

bron 2 primaire en secundaire huishoudinkomens in euro's in 2012
90 50 40 20 bron 1 marktaandelen op basis van de omzet van de drie grootste dagbladaanbieders van papieren krantenabonnementen marktaandeel op basis van omzet in procenten 1
100 80 62,5 60 40 25 20 7,5 0 bron 2 primaire en secundaire huishoudinkomens in euro's in 2012

pay-off matrix wel of niet inhuren van een callcenter
Green Energy | |||
wel inhuren | niet inhuren | ||
EnerGas | wel inhuren | (-2; - 2) | (+2 ; - 4) |
niet inhuren | (-4 ; +2) | (0; 0) |
25 0 25 25 50 50 75 bron 2 verdeling van het bbp (2014) over de Amerikaanse bevolking, weergegeven in Lorenzcurven
fragment uit een CBS-persbericht, 2015: Als gevolg van de kredietcrisis die eind 2008 begon, zijn in 2012 de inkomensverschillen tussen Nederlandse huishoudens veranderd. In 2012 was het totale inkomen van huishoudens 0,7 procent lager dan in 2008, maar deze inkomensdaling was niet gelijk verdeeld over de huishoudens. Bij werknemers is de inkomensdaling beperkt gebleven dankzij ingebouwde stabilisatoren zoals werkloosheidsuitkeringen en het progressieve belastingstelsel. Daarnaast is het inkomen van werknemers als gevolg van collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) meestal erg vast. Gemiddeld gingen zij er door de kredietcrisis nauwelijks op achteruit, tenzij ze bijvoorbeeld hun baan kwijtraakten. |
Gebruik het fragment uit het CBS-persbericht en bron 1 en 2.
Zijn de verhoudingsgetallen in bron 1 gebaseerd op het primaire huishoudinkomen of op het secundaire huishoudinkomen? Licht het antwoord toe. Ga als volgt te werk:
•Leg uit welke staven in bron 2 het primaire huishoudinkomen en welke staven het secundaire huishoudinkomen weergeven.
•Beredeneer vervolgens op welke huishoudinkomen de verhoudingsgetallen in bron 1 zijn gebaseerd.
Op deze pagina behandelen we vraag 9 van het centraal examen economie havo 2019 – tijdvak 1. Deze vraag is onderdeel van Opgave 2 Een crisis maakt verschil, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je: