Signaalwoorden: tijd en tijdvolgorde in het Duits
Signaalwoorden zijn woorden die een verband aangeven tussen zinnen of alinea's in een tekst. Ze helpen je om de volgorde van gebeurtenissen beter te begrijpen.
Signaalwoorden voor tijd en tijdvolgorde
Hieronder vind je een lijst met de meest voorkomende signaalwoorden die betrekking hebben op tijd en tijdsvolgorde, inclusief hun vertalingen. Schrijf deze woorden op, want ze komen in veel teksten voor, van onderbouw tot bovenbouw.
Duits | Nederlands |
|---|---|
zuerst | eerst |
dann | dan |
danach | daarna |
später | later |
schließlich | uiteindelijk |
am anfang | aan het begin |
am ende | aan het eind |
Voorbeeldverhaal
Om beter te begrijpen hoe signaalwoorden functioneren, bekijken we een kort verhaal over een schoolexcursie.
Unsere Klassenfahrt ins Grüne
•Am Anfang der Woche haben wir uns alle auf unsere Klassenfahrt ins Grüne vorbereitet.
•Zuerst haben wir uns in der Schule versammelt und die Lehrer haben uns die Regeln erklärt.
•Danach sind wir mit dem Bus abgefahren.
In deze zinnen zie je de signaalwoorden am Anfang, zuerst, en danach terugkomen. Ze helpen om het verloop van de gebeurtenissen duidelijk te maken.
Activiteiten in het natuurpark
•Später, als wir im Naturpark ankamen, haben wir eine Wanderung gemacht.
•Dann haben wir gemeinsam gepiknickt und hatten Freizeit.
•Am Ende des Tages haben wir ein Lagerfeuer gemacht.
•Schließlich haben wir alle gemeinsam Lieder gesungen und Geschichten erzählt.
Deze zinnen beschrijven de activiteiten in het natuurpark, waarbij signaalwoorden zoals später, dann, am Ende, en schließlich de tijdsvolgorde aangeven.
Vragen en antwoorden
Stel dat je de volgende vraag krijgt op een toets:
“Was haben die Schüler im Naturpark während der Exkursion gemacht?”
Gebruik dan de signaalwoorden in de tekst om de juiste antwoorden te vinden. Let goed op de zinnen die je hebt gelezen. Je kunt de volgende activiteiten noemen:
•Eine Wanderung machen.
•Gemeinsam piknicken.
•Ein Lagerfeuer machen.
•Lieder singen.
•Geschichten erzählen.
Door op de signaalwoorden te letten, kun je de verbanden tussen de vraag en het antwoord beter begrijpen.













