Wat is de juiste vraag in het Duits om te vragen naar iemands hobby’s?
Leerdoelen
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over je hobby’s en sporten.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over wat je in je vrije tijd doet.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over met wie je in je vrije tijd bent.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over wanneer en hoe lang je met iets bezig bent.
Gesprekken voeren over vrije tijd in het Duits
In deze les leer je hoe je in het Duits kunt praten over je vrije tijd, inclusief je hobby's, sporten, en met wie en wanneer je deze activiteiten doet. We geven je handige zinnen en tips om deze onderwerpen te bespreken.
Beginnen van een gesprek
Begroeting
•Als je iemand formeel begroet, begin je een gesprek met "Guten Tag".
•Als je iemand informeel begroet, begin je een gesprek met "Hallo". Dit is bij een vriend of klasgenoot.
Vragen over hobby's en vrije tijd
Wat zijn jouw hobby's?
Vraag: "Was sind deine Hobbys?"
Antwoorden: "Ich spiele gerne Fußball." (Ik speel graag voetbal.)
Lijstje met hobby's/sporten
•Schwimmen
•Fußball spielen
•Hockey spielen
•Tennis spielen
•Gitarre spielen
•Rad fahren
•Musik hören
•gamen
•Netflix gucken
•tanzen
•singen
•trainieren
•reiten
Wat doe je in je vrije tijd?
Vraag: "Was machst du (sonst noch) in deiner Freizeit?"
Antwoord: "In meiner Freizeit tanze ich." (In mijn vrije tijd dans ik.)
Vragen over met wie je activiteiten doet
Met wie doe je iets?
Vraag: "Mit wem gehst du ins Kino?" (Met wie ga je naar de bioscoop?)
Antwoord: "Ich gehe mit meinen Freunden ins Kino." (Ik ga met mijn vrienden naar de bioscoop.)
Vragen over wanneer en hoe lang
Wanneer doe je iets?
Vraag: "Wann machst du das?"
Antwoord: "Ich mache das dienstags." (Ik doe dat op dinsdag.)
Vraag: “Seit wann machst du das?” (Sinds wanneer doe jij dat?)
Antwoord: “Ich mache das seit acht Jahren.” (Ik doe dat al 8 jaar.)
Hoe vaak doe je iets?
Vraag: "Wie oft machst du das?"
Antwoord: "Ich spiele dreimal pro Woche Fußball." (Ik speel drie keer per week voetbal.)
Sinds wanneer doe je iets?
Vraag: "Seit wann machst du das?"
Antwoord: "Ich mache das seit drei Jahren." (Ik doe dat al drie jaar.)
Hoe laat train jij?
Vraag: “Wie spät trainierst du?”
Antwoord: “Ich trainiere von sieben Uhr bis acht Uhr.” (Ik train van 7 tot 8 uur.)
Voorbeeldgesprek
Hier is een voorbeeld van hoe je een gesprek over je vrije tijd kunt voeren:
•"In meiner Freizeit fahre ich gerne Rennrad." (In mijn vrije tijd doe ik graag aan wielrennen.)
•"Ich fahre gerne alleine oder mit meinem Freund." (Ik fiets graag alleen of met mijn vriend.)
•"Ich fahre ungefähr zweimal pro Woche Rennrad." (Ik fiets ongeveer twee keer per week.)
•"Ich trainiere oft von 19 Uhr bis 20 Uhr." (Ik train vaak van 7 uur tot 8 uur.)
•"Ich mache das seit vier Jahren." (Ik doe dit al vier jaar.)













