Wat is de correcte manier om te vragen of iemand een huisdier heeft in het Duits?
Leerdoelen
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over je lievelingsdier.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over je huisdier.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over het uiterlijk van een (huis)dier.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over het karakter van een (huis)dier.
•Je kunt vragen stellen en beantwoorden over het voedsel van een (huis)dier.
Je lievelingsdier vragen en benoemen
Om erachter te komen wat iemands lievelingsdier is, vraag je:
Was ist dein Lieblingstier? - Wat is je lievelingsdier?
Je kunt op verschillende manieren antwoorden. Bijvoorbeeld:
•Mein Lieblingstier ist die Katze. - Mijn lievelingsdier is de kat.
•Mein Lieblingstier ist der Hund. - Mijn lievelingsdier is de hond.
•Mein Lieblingstier ist das Kaninchen. - Mijn lievelingsdier is het konijn.
•Mein Lieblingstier ist der Hamster. - Mijn lievelingsdier is de hamster.
•Mein Lieblingstier ist der Vogel. - Mijn lievelingsdier is de vogel.
•Mein Lieblingstier ist der Goldfisch. - Mijn lievelingsdier is de goudvis.
Over huisdieren praten
Wil je weten of iemand huisdieren heeft? Dan vraag je:
Hast du ein Haustier? - Heb je een huisdier?
Hast du Haustiere? - Heb je huisdieren? Mogelijke antwoorden zijn:
•Ja, ich habe Haustiere. - Ja, ik heb huisdieren.
•Ja, ich habe ein Haustier. Er/sie heißt Milo. - Ja, ik heb een huisdier. Hij heet Milo.
•Nein, ich habe keine Haustiere. - Nee, ik heb geen huisdieren.
•Nein, aber ich wünsche mir eine Katze. - Nee, maar ik zou graag een kat willen.
Een dier beschrijven
Uiterlijk
Je kunt beginnen met de soort dier en daarna het uiterlijk beschrijven:
Mein Haustier ist ein Hund, und mein Hund ist braun. - Mijn huisdier is een hond, en mijn hond is bruin. Je kunt ook vertellen over de vacht, in het Duits Fell genoemd:
Mein Haustier hat ein langes Fell. - Mijn huisdier heeft een lange vacht.
Karakter
Vertel je over het karakter of hoe je dier eruitziet? Dan gebruik je bijvoeglijke naamwoorden, zoals:
•lieb - lief
•süß - lief/schattig
•schön- mooi
Je kunt deze woorden combineren:
Mein hund ist lieb, er ist süß en er ist auch schön. - Mijn hond is lief, schattig en ook mooi.
Wat eet en drinkt jouw dier?
Eten
Let op: in het Duits is er een belangrijk verschil tussen wat mensen eten en wat dieren eten.
•Mensen essen.
•Dieren fressen.
Het woord fressen betekent eigenlijk 'snel eten' of 'vreten'. Dus, onthoud: mensen eten, dieren vreten. Enkele voorbeelden van wat een dier kan eten:
•Mein Haustier frisst Obst. - Mijn huisdier eet fruit.
•Mein Haustier frisst Gemüse. - Mijn huisdier eet groenten.
•Mein Haustier frisst Fleisch und Fisch. - Mijn huisdier eet vlees en vis.
•Mein Haustier frisst Katzenfutter/Hundefutter. - Mijn huisdier eet kattenvoer/hondenvoer.
Drinken
Als je wilt vertellen wat je huisdier drinkt, gebruik je het werkwoord trinken:
•Mein Haustier trinkt immer Wasser. - Mijn huisdier drinkt altijd water.
•Mein Haustier trinkt manchmal Milch. - Mijn huisdier drinkt soms melk.
Voorbeeld: Mickey de kat
Hier is een voorbeeld van hoe je een dier kunt beschrijven, zoals Mickey de kat:

Duits | Nederlands |
|---|---|
Also, sie ist Mickey. Sie ist eine Katze und sie ist vierzehn Jahre alt. Sie hat ein schwarz-weiß und weiches Fell, und ihre Augen sind gelb-grün. Sie frisst Katzenfutter, Mäuse und sie trinkt gerne Wasser und manchmal trinkt sie auch Milch. | Dus, dit is Mickey. Ze is een poes en ze is 14 jaar oud. Ze heeft een zwart-witte, zachte vacht en haar ogen zijn geel-groen. Ze eet kattenvoer, muizen en ze drinkt graag water en soms drinkt ze melk. |














