Geef de juiste vertaling van de volg
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat een modaal hulpwerkwoord is.
•Je kunt de verschillende modale hulpwerkwoorden benoemen.
•Je kunt de modale hulpwerkwoorden in een zin zetten en vervoegen.
Wat zijn modale hulpwerkwoorden?
Modale hulpwerkwoorden geven aan hoe iets in een zin gebeurt. Ze voegen een bepaalde modaliteit toe aan de zin. Bijvoorbeeld, in de zin "Ik moet leren," geeft "moet" aan hoe het leren gebeurt. In het Duits zeg je dan: "Ich muss lernen."
Overzicht van modale hulpwerkwoorden
Er zijn verschillende modale hulpwerkwoorden in het Duits. Hier is een overzicht:
Dürfen: mogen
Können: kunnen
Mögen: graag mogen of lusten
Müssen: moeten (noodzaak)
Sollen: moeten (wil van een ander)
Wollen: willen
Wissen: weten (tussen haakjes omdat het geen officieel modaal hulpwerkwoord is, maar wel op dezelfde manier wordt vervoegd)
Om ze allemaal te onthouden is er een handig ezelsbruggetje: De Klas Moet Maar Snel Weg Wezen
Elke eerste letter van de woorden staat voor een modaal hulpwerkwoord.
Vervoeging van modale hulpwerkwoorden
De vervoeging van modale hulpwerkwoorden is anders voor enkelvoud en meervoud. De stam verandert bij de ich, du, en er/sie/es vormen.
Dürfen: Ich darf, du darfst, er/sie/es darf
Können: Ich kann, du kannst, er/sie/es kann
Bij meervoud blijft de stam hetzelfde als het hele werkwoord. Dus stam e.v. of stam m.v. + correcte uitgang:


Verschil tussen müssen en sollen
Hoewel beide "moeten" betekenen, is er een verschil:
Müssen: drukt een noodzaak uit. Bijvoorbeeld: "Ich muss jetzt gehen" (Ik moet nu gaan).
Sollen: drukt de wil van een ander uit of een twijfel. Bijvoorbeeld: "Du sollst deine Hausaufgaben machen" (Je moet je huiswerk maken).
Wissen
Hoewel wissen officieel geen modaal hulpwerkwoord is, wordt het vaak op dezelfde manier vervoegd. Let op de stamverandering bij de ich, du, en er/sie/es vormen.
Wissen: Ich weiß, du weißt, er/sie/es weiß.














