Rezept Reisauflauf mit Kirschen. Vul de werkwoorden in de Konjunktiv 1 vorm in.
Wat is de Konjunktiv 1?
De Konjunktiv 1 is een belangrijke grammaticavorm in het Duits die je vooral gebruikt bij het citeren van wat iemand anders heeft gezegd. Het komt overeen met de indirecte rede en laat zien dat je informatie van een ander persoon overbrengt. Bijvoorbeeld: als Peter zegt: "Ik wil vandaag komen," dan zou je dat in de Konjunktiv 1 schrijven als: “Peter sagt, er wolle heute kommen.”
Directe vs. indirecte rede
Bij de directe rede vertelt iemand iets vanuit zichzelf, terwijl een indirecte rede iemand anders citeert. We kunnen beide vormen in de voorbeelden hieronder zien:
•Directe rede: Frank zegt: "Ich kaufe zwei Stück davon.“
•Indirecte rede: je citeert bijvoorbeeld wat Frank zegt: “Frank sagt, er Kaufe zwei Stück davon."
•Directe rede: Sonja zegt: "Ich bin heute noch bis 20:00 Uhr da."
•Indirecte rede: “Sonja sagt sie sei, heute noch bis 20:00 Uhr da.”
Hoe herken je de Konjunktiv 1?
De Konjunktiv 1 lijkt vaak veel op de tegenwoordige tijd, maar het is belangrijk om de juiste vervoegingen te gebruiken. Hier zijn enkele voorbeelden:
•"Ich wohne in Utrecht." direct
•“Sven sagt, er wohne in Utrecht.” indirect met Konjunktiv 1
Woordenschat en regels
Om de Konjunktiv I te vormen, neem je de stam van het werkwoord en voeg je de passende uitgangen toe. Bij de zwakke werkwoorden is de vorming relatief eenvoudig.
Voorbeelden:
•arbeiten:
•ich arbeite → ich arbeite (Konjunktiv I)
•du arbeitest → du arbeitest
•er/sie/es arbeitet → er/sie/es arbeite
Hier zie je dat de uitgangen in de Konjunktiv I lijken op de tegenwoordige tijd, maar anders zijn.
Bijzondere vormen
Een klein kijkje naar onregelmatige werkwoorden is belangrijk. Bijvoorbeeld het werkwoord zijn:
•ich bin → ich sei
•du bist → du seist
•er/sie/es ist → er/sie/es sei
•wir sind → wir seien.
•ihr seid → ihr seid.
•Sie sind → Sie seien.
Hier zie je de afwijkingen van de standaardvorm.
Verbindingsregels
Bij de Konjunktiv 1 voegen we bij du en ihr een -e toe tussen de stam van het werkwoord en de uitgang. Dit is een belangrijke regel om te onthouden, ongeacht welk werkwoord je gebruikt.
Belangrijke punten om te onthouden
•De Konjunktiv 1 wordt gebruikt om iemand te citeren.
•De vervoegingen voor de eerste en derde persoon enkelvoud zijn vaak gelijk.
•Het werkwoord zijn heeft een aparte vervoeging die goed moet worden geleerd.














