Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de regels 33-61.
1.Met de keuze voor een bepaald vervoermiddel willen sommige mensen de aandacht op zich vestigen.
2.Mensen met een gezonde levensstijl blijken net zo vaak de fiets te gebruiken als andere groepen.
3.Sommigen zijn bang om met de fiets als maatschappelijke loser gezien te worden.
4.Hoogopgeleiden gebruiken gemiddeld vaker de fiets dan anderen.
Noteer achter de nummers op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
