Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de tekst.
1.De ik-persoon is sociale situaties gaan mijden vanwege problemen met de uitspraak van haar voornaam. De ik-persoon schaamt zich voor haar Vietnamese afkomst.
2.De ik-persoon was verheugd toen ze haar naam tegenkwam in de titel van een belangrijk literair werk.
3.De vader van de ik-persoon beweert dat haar naam in heel Vietnam bekend is.
4.De ik-persoon nam als puber een andere voornaam aan.
5.De ik-persoon ontvangt onverwachts een bericht dat haar met haar vroegere identiteit confronteert.
6.Hoewel er weinig contact is, is de ik-persoon erg gesteld op haar familie in Vietnam.
7.De ik-persoon is een zoektocht gestart naar een ver familielid.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
