Geef van elk van de onderstaande beweringen over de auteur van de tekst aan of deze wel of niet overeenkomt met alinea 5.
1.Hij is voorstander van het idee jongeren te stimuleren om bestaande woningen in dorpskernen te kopen.
2.Hij stelt dat jongeren voornamelijk voor nieuwbouwwoningen kiezen.
3.Hij wil afrekenen met bepaalde denkbeelden.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
