Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met alinea 4.
1.Günther ziet een gelijkenis tussen de maatschappij uit het theaterstuk en de huidige maatschappij.
2.Het theaterstuk legt uit waarin de aantrekkingskracht van een totalitaire staat ligt.
3.Volgens Günther staat in de huidige maatschappij de persoonlijke vrijheid van mensen onder druk.
4.Met name ook de jeugd zou door het theaterstuk nieuwe inzichten op kunnen doen.
Noteer 'wel' of 'niet' achter de nummers op het antwoordblad.
