Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met het fragment.
1.De man voelde zich ten tijde van hun eerste ontmoeting fysiek tot de vrouw aangetrokken.
2.Toen de man en de vrouw elkaar leerden kennen, leken ze veel met elkaar gemeen te hebben.
3.De man kijkt neer op het plan van de vrouw om kleding te gaan ontwerpen.
4.De vrouw denkt dat de collectie die ze nog wil ontwerpen een commercieel succes zal worden.
5.De man is gedurende zijn carrière altijd ambitieus geweest.
6.De man heeft een gat in de markt gevonden door klassieke literaire werken opnieuw uit te geven in hedendaagse taal.
7.De vrouw was voor de man een belangrijk adviseur.
8.De man schijnt buitenechtelijke relaties gehad te hebben.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
