Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met alinea 3 .
1.Het tentoonstellen van verzamelingen voor het publiek vindt zijn oorsprong in de late renaissance en barok.
2.De burgerij kwam in opstand tegen de wijze waarop de elite verzamelingen tentoonstelde.
3.De verzameldrift van de burgerij was mateloos.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
