Geef van elk van de volgende aanduidingen aan of daarmee de vader (= ik-persoon), de jongen of geen van beiden is bedoeld.
1."dem" (regel 8)
2."Kühlschrankzettelschwarm" (regel 9)
3."Youtube- oder Boyband-Star" (regel 11-12)
4."den" (regel 13)
5."Vater eines Sohnes" (regel 17)
6."männliches Familienoberhaupt" (regel 22-23)
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'vader', 'jongen' of 'geen van beiden'.



