Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met het fragment.
1.Ebling heeft met enige tegenzin een mobiele telefoon aangeschaft.
2.Eblings omgeving verwijt hem dat hij zijn mobiele telefoon te vaak gebruikt.
3.Mensen bellen Ebling om met hem over een zekere Ralf van gedachten te wisselen.
4.Ebling ontvangt voicemailberichten die alle agressief van toon zijn.
5.De klantenservice werkt aan een adequate oplossing voor Eblings probleem.
6.De onberekenbaarheid van computers zorgt voor een gevoel van onbehagen bij Ebling.
7.Eblings vrouw Elke eist excuses van hem.
8.In het laatste telefoongesprek van dit fragment laat Ebling de vrouw die hem belt in de veronderstelling dat hij Ralf is.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.



