Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de regels 18-33.
1.Peter Doig ontkent een schilderij te hebben geschilderd in de gevangenis van Thunder Bay.
2.Een voormalig gevangenbewaarder heeft in de jaren '70 opdracht gegeven tot het maken van een schilderij van een woestijnlandschap.
3.Peter Doig bestrijdt begin 70'er jaren op doek te hebben geschilderd.
4.Naar eigen zeggen heeft Peter Doig in zijn jeugdjaren in Canada gewoond.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.
