Geef van elke bewering over Lea aan of die overeenkomt met alinea 3.
Kruis ‘wel’ of ‘niet’ aan in de uitwerkbijlage.
1.Lea is al meerdere keren kampioen in reddingszwemmen geweest.
2.Lea houdt in de zomer toezicht bij een recreatieplas.
3.Lea geeft dansles aan leerlingen van haar school.
4.Lea’s schoolprestaties lijden onder haar vele hobby’s.



